Het woord “pesten” is ook een eufemisme

Pesten is erg. En het moet ophouden. Maar de werkelijkheid op scholen gaat soms ver voorbij pesten. En volwassenen kijken daar maar al te graag van weg. Dat is een stuk gemakkelijker dan onder ogen zien dat (onze) kinderen ontzettend gemeen kunnen zijn.

Ik was het niet dus ik moet het hier nogal anoniem vertellen, omdat het zo veelzeggend is. Een meisje zit  in groep 8 van een basisschool naast een jongen die twee klassen is blijven zitten. De jongen breekt haar vinger. Zomaar. Omdat dat leuk is. Of stoer. De volgende dag wordt de schoolfoto gemaakt. Het meisje staat er niet op, zij moest naar het ziekenhuis.

De dag daar weer na, moet zij gewoon weer terug naar school. Ze moet naast de jongen blijven zitten. Terwijl die jongen haar vinger opzettelijk heeft gebroken. Ze durft niet meer naar school. Enkele dagen later… De jongen weet dat hij fout zit. Hij voelt zich zelf schuldig. Hij zegt sorry, in het bijzijn van anderen.

De school verbond er daarentegen geen enkele consequentie aan. Ook al is het feit bekend. De lepesten-eufemismeraar weet jaren later ook niet meer, waarom het meisje niet op de schoolfoto staat. Terwijl dat meisje zelf het nog als de dag van gisteren weet. Wat de volwassen mensen destijds zeiden, is ook meegekomen in de overlevering.

“Wel erg van dat meisje, dat ze zo gepest wordt. Maar ja. Wat kun je eraan doen. Het is toch de opvoeding. Misschien had ze zich zelf ook anders kunnen opstellen. Ze heeft een moeilijk karakter.” Er waren ook leraren die vonden dat het meisje had moeten blijven zitten. Want ze was nog ‘speels’. En ze kon niet goed voor zichzelf opkomen.” Victim blaming begint al bij kinderen op de basisschool.

Iemand met opzet zijn vinger breken, is mishandeling. Dat kun je niet meer als pesten kwalificeren. Dan is de boel al te ver uit de hand gelopen. De gevolgen van er op deze manier mee omgaan, met dat kinderen “gepest” worden, is dat je kinderen leert, “zich niet aan te stellen”, als hun vinger wordt gebroken. Het is niet alleen harteloos. Het is een oorzaak voor hoe die kinderen hun hele leven lang niet of niet adequaat voor zichzelf opkomen. Ze hebben al op de basisschool geleerd dat het normaal is, dat een ander je vinger breekt!

Pesten is een hele vage term. De politie verstaat onder pesten jennen en negeren, en noemt dat niet strafbaar. Op mijn school was ‘in elkaar slaan’ ook nog pesten. Ik ben zelf ooit klem gezet in het klimrek met een houten stok tot ik niet meer kon ademen. Is dat ook nog “pesten”? Toen ik nog kind was, nóemde ik dat ook nog pesten. Omdat ik niet beter wist. Maar als iemand die ik het had durven zeggen, me had verteld dat wurgen en verstikken geen pesten meer is, dat het normaal is dat je niet tegen stikken kan, en dat iemand zoiets aandoen strafbaar is, had ik er vast anders tegenaan gekeken.

Pesten is een manier om een probleem aan te duiden. Maar het is ook een manier van wegkijken van het nog veel ergere probleem, dat kinderen net mensen zijn. Met dezelfde fouten die grote mensen ook nog maken. Verkrachting, mishandeling en bedreiging komt ook voor onder kinderen. Natuurlijk snappen die kinderen dat op het moment zelf niet, of niet op die manier. Daarom hebben we ook jeugdrecht. Maar als een kind een ander kind slaat, dan is dat afhankelijk van de ernst ervan, al geen pesten meer.

Die grauwe werkelijkheid moet je niet pesten blijven noemen. Dat berokkent kinderen die slachtoffer zijn van erger-dan-pesten schade aan. Hoe moet een kind hier nog wijs uit worden? Als volwassenen ook niet precies weten, wat er met pesten bedoeld wordt? Hoe je moet omgaan met iemand die opzettelijk om stoer te doen, je vinger heeft gebroken? Ga je daar de dag erna gewoon weer vrolijk naast zitten omdat de leraar dat zegt? Ik denk dat dat ook voor volwassen mensen al heel moeilijk is.

Vroeger belde je dan met de kindertelefoon. In de jaren ’80 was dat niet zo makkelijk. Ik had, net als de meeste kinderen van toen, niet de privé beschikking over een telefoon. Ik moest het altijd volwassenen vragen. Vroeger was de kindertelefoon van de overheid maar tegenwoordig is het een particuliere stichting. Veel te duur. Het is veel goedkoper om onze kinderen in elkaar te laten slaan.

Update 14 januari 2017

Het is niet alleen erg voor de kinderen die gepest zijn. Het is ook vreselijk voor de kinderen die pesten. Wegkijken zadelt jonge kinderen op met een schuldgevoel. Ze gaan denken dat ze slechte mensen zijn. Terwijl ze vooral de verdorven moraal van elders hebben gespiegeld. Daarom houden ze er ook niet zomaar mee op. Om toe te geven dat je fout zat, moet je je echt enorm kwetsbaar opstellen. Dat is makkelijker met een volwassene erbij die je ertoe dwingt. Dan als het uit jezelf komt. Pestkinderen weten later dat ze fout zaten en hebben nooit de kans gekregen het goed te maken.

Ouders hebben er haast geen invloed op. Het gebeurt op school, buiten hun invloed en medeweten. Op het moment dat die kinderen een school binnengaan, zien of horen de ouders er niets meer van. Het probleem ontstaat op school waar kinderen met heel andere kinderen worden geconfronteerd. Hoe bestaat het dat scholen wegkijken? Het gebeurt toch op school? Zo komt het pestprobleem weer terug op het bordje van de kinderen.

Ik probeerde zelf als ik of een ander gepest werd, de moeders dat te vertellen. Sommigen stonden daar voor open en spraken hun kind er thuis op aan. En dat hielp! Andere moeders wezen naar de school. En de school wees naar de ouders. Daar heb je dus niks aan.

Met de meeste kinderen die mij hebben gepest, werd ik uiteindelijk vrienden. Dat kan best. Maar dan moet je die kinderen als kind kunnen vergeven. Niet alle kinderen kunnen dat vergeven. Daarvoor moeten die pestkoppen eerst toegeven dat ze fout zaten. Dat gebeurt al niet altijd.

En als t gebeurt is vergeven ook niet altijd meer mogelijk; afhankelijk van wat er gebeurd is: gepest zijn is soms echt heel erg.

×
%d bloggers liken dit: