Loonmatiging en ethische rechtvaardigingen

 Si finis bonus est, totum bonum erit
Si finis bonus est, totum bonum erit

Ethiek alom deze week. Als prakkiserend ethica heb ik mij nergens zo over verbaasd als over de ethische theorieën die de meerbedeelde ambtenaren en quasi-ambtenaren erop na blijken te houden.
De ene na de andere quasi-rechtvaardiging (ook wel: smoes) werd verkondigd.

Maar een bonus
Allereerst was daar het ik-verdien-niet-veel-maar-ik-krijg-toevallig-veel-bonus-argument. Ik noem dit voor het gemak even het maareenbonusisme. Een ander moet het met minder doen maar ik heb recht op heel veel bonus. Daarom mag ik niet gekort worden als mijn bonus boven een bepaald maximum komt.

Blijkbaar is volgens de gedachten van de maareenbonusist zo dat de Balkenende-norm alleen geldt voor het regelmatige deel van het loon. Een bonus is net zo loon als maandloon of dagloon en wordt dan ook wel “variabel loon” genoemd. Als je loon niet boven een bepaald bedrag mag komen, dan is er, in elk geval voor ethici en alle andere minderverdieners, geen reden waarom de bonus hierin niet zou moeten worden meegewogen.

“Dan zeg je dus eigenlijk dat ik minder goed had moeten presteren, zodat ik onder het maximum bleef”, aldus een van de veelverdieners in de Volkskrant van afgelopen zaterdag.
Natuurlijk had naast de arbeidsverrichtingen van de veelverdienster in kwestie ook de bonus zelf kunnen worden gematigd. Ook wanneer de bonus geen loon was geweest maar uit de lucht kwam gevallen, is dat niet ondenkbaar. In het maareenbonusisme zie ik niet veel van die logica terug.
Het maar-element beoogt elk bonusbedrag te relativeren. Het is namelijk maar een bonus, of dat nu een ton of een miljoen betreft. Ik kan er toch ook niks aan doen dat ik daar nu eenmaal recht op heb.

Bijzonder talent
Daarnaast was er nog het bijzonder talent-argument. Behalve Paul de Leeuw heb ik hier weinig Balkenendeplussers recht voor zijn raap voor zien uitkomen. Andere overduidelijke talenten durven zichzelf niet zo op de borst te slaan. Inderdaad heeft Paul de Leeuw een zeer bijzonder talent.
We hebben allemaal wel een speciaal talent. Zoals een goede vriend van mij altijd zegt. `Ik verdien miljoenen. Ik kijk elke dag op mijn bankrekening maar het staat er nog niet op.`
Een van de meest libertaristische filosofen, Robert Nozick, was meer gecharmeerd van het waarderen van talent. Als reactie op het egalitarisme van Rawls was hij tegenstander van het principe dat alles eerlijk moest worden (her)verdeeld. Een van de voorbeelden die hij daarbij aandroeg, was de basketballer Wilt Chamberlain. De mensen geven hun zuurverdiende centjes graag uit aan zo’n bijzonder talent als dat van Chamberlain en dan is het volgens Nozick gerechtvaardigd dat de basketballer met meer geld eindigt dan een ander met minder talent.
Libertarisme is op zichzelf al een stroming die zo wars is van elke overheidsbemoeienis dat die vooral ingang vindt bij grootverdieners. Maar daar wringt hem zich ook de schoen bij de publieke grootverdieners. Wilt Chamberlain is geen ambtenaar.
Zonder een soort van vrije wil waarmee het voetvolk geld afdraagt, werkt het argument niet. Ik heb helemaal geen keuze gehad om mijn salaris aan deze precieze talenten over te maken. Een bepaalde omroep heeft daarvoor gekozen. Als ik vind dat mijn geld beter kan worden herverdeeld naar philemon dan paul, dan heb ik gewoon pech gehad.
Nozick zou zich omdraaien in zijn graf als hij hoorde van zo´n selectieve talentenbelasting.
Dan lopen die bijzondere talenten toch maar weg naar de commercie waar ze hun marktprijs verdienen?
Al moet er wel bij worden gezegd dat als er geen plek moet zijn bij de publieke omroep voor toptalent, dat het dan wel onredelijk voorkomt om omroepen te belonen naar draagvlak in de samenleving. Dat gaat ook over de functie van de publieke omroep en laat ik hier verder buiten beschouwing. Het gaat me echt om de rechtvaardigingen, waarmee men komt.

Veel werk
De huiliehuilie-stroming kwam met een derde argument waar ik de ratio niet in kan ontdekken. `Ik heb er recht op want ik verricht drie banen.´
Hier vlak in mijn buurt woont een Oeigoer. Dat is een Turkssprekende Chinees, in China erg onderdrukt. Hij heeft drie banen. ’s Ochtends vroeg werkt hij bij de gemeentereiniging. Daarnaast werkt hij nog in een restaurant als schoonmaker en dan deed hij nog iets wat ik vergeten ben maar in elk geval deed hij in zijn vrije tijd weinig behalve slapen. Nog nooit heb ik hem horen opeisen dat hij meer dan de Balkenende-norm zou moeten verdienen. Het enkele hebben van drie banen lijkt mij geen sterk argument.
Het zal dan ook minder gelegen hebben in het aantal banen dan in de aard van de werkzaamheden. Maar dan nog, wie verplicht deze topverdiener tot het verrichten van al die banen? Mij lijkt broodroof nog een stapje erger op de ethische ladder dan het enkele hoge loon alleen.
De werkloosheid in de redactionele sector is hoog. Jonge afgestudeerden komen nauwelijks aan een baan. Neem twee jonge, werkloze redacteurs aan voor je overtollige salaris, je kan nog steeds prima rondkomen en het scheelt je een hernia. Bovendien komt je talent in presenteren waarschijnlijk beter tot zijn recht als je niet ook nog in de pauze je eigen koffiejuffrouw moet zijn.

Nietes
Er was ook nog een tegenverwijt die niet echt inging op de aard van de zaak, maar op de openbaarmaking van de lijst. Heel erg op de man gespeeld, vond iemand zonder naam. Mijn vader is geen graaier. “Hij had zijn (grote som, SP) geld juist verdiend met het ten strijde trekken tegen de graaiers.” Dat klinkt mij in de oren als vuur met vuur bestrijden.
Aandoenlijk dat iemand het zo voor zijn vader opneemt, maar zonder een naam en een hele goede uitleg, die we er niet bij gekregen hebben, hoeft dat helemaal niemand te overtuigen. Daarnaast noopt dit verweer tot uitleg waarom het uitgeven van publiek geld niet publiek mag worden gemaakt site web. Het gaat toch ook om de belastingcentjes van míjn vader.

Iets van een argument had dit veelverdienerkind nog wel, zijn vader had een juridische strijd gewonnen en daarom hoefden morele vraagstukken niet meer te worden beantwoord.
Als jurist en ethica wil ik hier maar even duidelijk gezegd hebben: het een heeft niets met het ander te maken. Als iets volgens het wetboek is gegaan, wil dat nog niet zeggen dat een mens er geen moreel oordeel over mag hebben. Het is hier geen Noord-Korea. Er zijn een hele hoop mensen met een hele hoop morele oordelen die niet precies stroken met de letter van de wet, dat is nu een van de redenen waarom wetten weleens veranderen en wetteksten niet in lood gegoten zijn.

Makkelijk praten
Het is voor mij als jaloerse modaalverdiener ook wel erg makkelijk praten. Ik zou ook, al was het maar uit schaamte, elk mogelijk weerwoord aangrijpen als mij gevraagd werd waarom ik te veel verdien…
Helaas verkeer ik niet in die gelukkige situatie.

Zouden deze veelverdieners hun eigen morele rechtvaardigingen nu echt geloven? Of moeten we ze deze uitvluchten maar gunnen als een latente erkenning van schaamtegevoelen? Laat me een tip meegeven. In de stroming van het ethisch egoisme zijn genoeg valide argumenten voor het aannemen van een Balkenende-plusinkomen te vinden.

Een ethica zal de Balkenende-norm niet snel halen, toch zou het de broodwinning van de ethici in deze wereld goed doen als dit soort lijstjes vaker openbaar werden.

×
%d bloggers liken dit: