Doelgericht

In de derde hadden we een vreselijke gymleraar. Gym is op zichzelf al vreselijk. Lopen vind ik al heel moeilijk. Dat maakt een handstand overslag op de kast via de springplank lastig. Je komt dan nooit met genoeg snelheid aan. Bovendien zie ik geen diepte. Dan moet je maar gokken dat je op de goede plek op de springplank springt. Of je handen juist op de kast zet. Of dat je een bal gooit en dat die daar ook aankomt.

Daar moet het ego van zo’n gymleraar zich dan maar bij neerleggen. Dat bleek nogal moeilijk. Hoewel ik de liefste leerling van de school was, werd ik zelfs de klas een keer uit gestuurd. Hij kan nog zo de held uithangen, bewegen is gewoon niet mijn ding. Dat kon natuurlijk niet, dus ik moest toch weer iedere keer meedoen. Nadat we tien rondjes hadden gelopen rond de gymzaal, (iedereen 10 en ik 1) zat ik netjes op het bankje samen met mijn klasgenootjes. Basketbal. Alwéér. We werden opgedeeld in teams. Ik was #teamlintje. In ons team zaten twee jongens die bij PSV voetbalden. In het andere team ook. Zij waren veel beter dan de rest. Dit kon gewoon niet goed gaan.

Inderdaad. Alle meisjes kregen hoe dan ook geen bal. Van meet af aan al niet. We waren gewoon niet snel genoeg. Bovendien waren we meisje en daarmee waren we voor de PSV’ers in elk geval gediskwalificeerd. Gelukkig interesseerden de meesten het ook niet zo. Dan val je als kneus wat minder op. Toch moesten we voor de vorm heen en weer rennen, want anders werd de gymleraar kwaad. Toen de PSV’ers na een kwartiertje goed op dreef waren, kreeg behalve de lootjes helemaal niemand meer een bal. Ze waren aan elkaar gewaagd. De bal kwam dan ook niet eens in de buurt van een doel. Ze pakten elkaar de bal steeds af. En er liepen kriskras allemaal leerlingen doorheen.

Terwijl de meeste meisjes nog voor de vorm steeds richting de bal liepen, maakte ik er een shuttle run test van. Ik was zo heen en weer aan het rennen en de kwade gymleraar aan het negeren, dat ik niet zeker meer wist of ik nu basketbalde of volleybalde. Ik lette er al niet meer op maar instinctief strekte ik mijn handen uit en plots stuiterde de bal recht in mijn armen. Een van de PSV’ers had een foutje gemaakt. De klas keek stomverbaasd dat ik in staat bleek een bal te vangen.

Ik had geen tijd om me te verbazen. De gymleraar stond in de hoek zeer kwaad te kijken naar wat mijn plan was. Ik moest iets doen. Ik rende naar voren, de bal daarbij stuiterend, conform de regels van het spelletje. Ineens keek iedereen naar mij. Dat maak je als kneus al helemaal niet mee. Ik werd aan alle kanten aangemoedigd en toegeschreeuwd. “Nee, nee nee. Ooo niet te geloven dit” werd er geroepen. Ik trok me er niets van aan en gooide de bal met een mooie boog recht in de basket. In de basket van de tegenpartij.

Het was nu 1-0 voor #teamzonderlintje. De hele klas was in rumoer. #teamzonderlintje had gewonnen en het lag niet aan de PSV-voetballers. #teamlintje had verloren door het totale buitensluiten van de eigen teamleden. Wat een ontknoping. Heel #Teamlintje was kwaad dat ik het zo voor hun verpest had. Zelfs de vrouwen die ook alleen maar heen en weer liepen. Hoe kon ik zo stom zijn. Ik kreeg een 1 van de leraar. Dat deed me niet veel. Ik had gedaan wat ik moest doen met basketbal. Een bal in de basket gegooid, terwijl ik aan kwam rennen. Van een flinke afstand. Een hele prestatie, als je geen diepte ziet. #teamzaz had gewonnen. En iedereen had zich bij #teamzaz mogen aansluiten. Ik vierde de overwinning alleen.

Thanknoone

 

×
%d bloggers liken dit: