Zazkisme en de dubbele ontkenning

Een dubbele ontkenning is een ontkenning na een ontkenning in dezelfde zin. Tot zo ver is het nog lekker simpel.

Laat ik maar beginnen met de logica ervan. Dan weet ik zeker dat de echte jurist afhaakt.

In de klassieke logica is, evenals in de wiskunde, de dubbele ontkenning een bevestiging. Dit volgt uit een klassieke logische wet* die afstamt uit het werk van Aristoteles, namelijk die van de uitgesloten derde. Het is zo, of het is niet zo, en er is geen tussenweg.

Ook wiskunde maakt wat dat betreft gebruik van de klassieke logica. Min maal min maakt plus. P en ¬¬P  zijn dan ook logisch equivalent van elkaar, dat is logica voor wat in gewoon nederlands “helemaal hetzelfde”heet. In de klassieke logica kun je hierdoor een dubbele negatie wegschrijven. Dat is lekker simpel. Dat heet:  ¬ ¬ P → P Weg met overbodige winkelhaken. Wat dus staat voor als niet niet p dan p. Je kan er ook winkelhaken bij schrijven, voor de lol of zo. Al is het een beetje dubieus als je hier nou je lol uit moet halen.  P → ¬ ¬ P en  P → ¬ ¬ ¬ ¬ P. En dus ook ¬ ¬ ¬ ¬ P → ¬ ¬ ¬ ¬ ¬ ¬ ¬ ¬ P.

Maar je kan ‘s avonds ook thrillerboekjes lezen en dat is dan vast leuker. Je kan ook spelletjes gaan coderen in C++ , dat gaat ook uit van de klassieke logica. Hou er dan rekening mee dat ¬ P als !p wordt geschreven. Een dubbele negatie !!p komt in C++ ook wel voor. Zie voor de semantische betekenis hiervan onder meer: http://stackoverflow.com/questions/8617090/double-negation-in-c-is-it-guaranteed-to-return-0-1 Het is zowel mechanisch als collegiaal niet aan te raden om je code vol te schrijven met twintigdubbele ontkenningen.

Uiteraard zijn het dan Nederlandse logici die in de overzichtelijke klassieke logica roet in het eten gooien.  L.E.J. Brouwer, een van de grondleggers van de intuìtionistische logica, stelt dat de dubbele negatie een verwatering betekent. Helaas ben je als intuitionist die de dubbele negatie niet wil wegschrijven ook genoodzaakt om de wet van de uitgesloten derde, die alles zo lekker simpel maakt, te laten vallen. Brouwer doet dat ook, maar je kan je dan gaan afvragen of daar geen ethische consequenties aan verbonden zitten. Je vrouw gaat immers wél vreemd of níet vreemd en daarin een tussenweg erkennen waarin zij niet niet vreemdgaat, is relationeel bezwaarlijk, volgens de Viva tenminste.

Hoe zit het dan taalkundig?

De Nederlandse grammatica kent geen betekenis toe aan een dubbele ontkenning, waardoor een ontkenning van een ontkenning neerkomt, op het ontkennen van hetgeen ontkend is. Dit lijkt u misschien nogal wiedes in de oren te klinken, maar is helemaal niet logisch of vanzelfsprekend. In andere talen wordt de dubbele ontkenning namelijk wel lexicale betekenis toegekend. Dit is bijvoorbeeld het geval in het Tsjechisch. Není nikdy betekent dan het is nooit niet, dat betekent dan niet `altijd` maar ´het is nooit´. Een dubbele ontkenning en een enkele ontkenning hebben dan dezelfde betekenis. Al kun je ook zeggen dat het een versterkend effect heeft, of zelfs zoals blijkt uit het navolgende, een lollig bedoeld effect.

In het Nederlands komt dit in dialecten en in streektalen ook wel voor. De Nederlandse Taalunie laat in een advies in het midden waar de herkomst is en stelt dat de dubbele ontkenning in “spreektaal” voorkomt.  De Nederlandse Taalunie vindt het in elk geval onduidelijk en Raadt het af.

Of zoals de Brabantse taalkundige Willem Daniëls zegt in een aardig stukje waaruit blijkt dat hij ook goed jurist had kunnen worden:  “Ik ben zelf geen ontkenner best weight loss supplements for women. Dat komt doordat ik van huis uit een Brabantse dialectspreker ben. In mijn dialect ontken je iets altijd met een dubbele ontkenning (nooit nie) en dubbele ontkenningen zijn bevestigingen. Dus als ik iets ontken, bevestig ik dat ik niets ontken. Maar ja ik heb dan ook niets te ontkennen”.

Je kan ook driedubbele ontkenningen hebben. Maar ook kan worden gedacht aan het Latijnse quod non, door drie maal nee te zeggen. Hiermee is dan zowel volgens de Tsjechische als voor de Nederlandse grammatica echt nee gezegd, respectievelijk als versterkende versterking danwel als de ontkenning van de ontkenning van de ontkenning. Let op, volgens de logica van Brouwer is er helemaal geen versterking maar juist sprake van een verwatering door de dubbele negatie.

Ook kan worden gedacht aan het meer Randstedelijke “Dat gaan we helemaal nevernooitniet doen”. Of het Brabantse ` Daar kom nooit niemand nie `. Je kan dat opvatten als een versterking, dat gaan we zeker niet doen of daar komt echt helemaal nooit iemand. Maar het is ook mogelijk om dit als verwarrend, verwaterend of kwaadwillend te interpreteren, bijvoorbeeld als niet-Brabander. “Komt er nou wel iemand of niet? Hij houdt me voor het lapje, omdat ik uit de Randstad kom.”

De juridische semantiek.

Dan nu over op de juridische dubbele negatie en het gebruik en de interpretatie ervan. Bekijk de volgende citaten uit enkele uitspraken:

  1. Van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Utrecht
    ECLI:NL:RBUTR:2011:BT8371
    Ro.4.5.1 …
    Het is dus naar het oordeel van de rechtbank niet zo dat het niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is.
  2. Van de afdeling civiel van de Rechtbank Arnhem
    ECLI:NL:RBARN:2011:BT7194
    Ro 4.5
    Anders dan de gemeente suggereert, is het niet zo dat het niet nakomen van de onderhavige bepalingen in de erfpachtakte altijd een ernstige mate van oplevert
  3. Het CBB±
    ECLI:NL:CBB:2002:AF3249
    Ro 5
    Het is niet zo dat het niet gevestigd zijn een belemmering vormt voor het verrichten van vervoer, maar wel voor het verkrijgen van een vergunning binnenlands vervoer.
  4.  ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1005
    Ro. 4
    Het is dus niet zo dat niet is gebleken van een situatie waarin eiseres nimmer zal kunnen beschikken over een gelegaliseerde ongehuwdverklaring.

Het is niet zo dat het niet…. Is het dan wel zo of is het dan niet? In het eerste voorbeeld lijkt de rechter aan te sluiten bij de klassieke, Aristotelische logica.

In het tweede voorbeeld is dat niet zo heel duidelijk aangezien de dubbele ontkenning vooraf gaat aan een altijd. Hier lijkt een temporele logica (logica van tijd)  te worden geïmpliceerd, die in de klassieke logica afwezig is.
In het vierde voorbeeld geldt eveneens dat lijkt te worden uitgegaan van een temporele logica.
In het derde voorbeeld wordt door de maar een tegenstelling gesuggereerd, waarbij het onduidelijk is of die tegenstelling slaat op het niet gevestigd zijn of op het verrichten van vervoer.

Gelet op de rest van het vonnis, zou  de nabijheid van het zindseel verrichten van vervoer de doorslag kunnen geven. In de door mij uiteengezette juridische interpretatieregels vind ik in elk geval geen eenduidige manier waarop dit kan worden geïnterpreteerd. Mijn ervaring is dat de meeste juristen voor een interpretatie aansluiten bij de communis opinio. Deze interpretatieregel is in het zazkisme echter uitgesloten. Hierover meer in een later blog.

Ik heb nu alleen naar vonnissen gekeken, maar het moge duidelijk zijn, dit komt veel breder voor. Niet alleen in wetteksten zelf, maar ook in de toelichtingen op die wetteksten als wel in de juridische vakliteratuur over die wetteksten en de toelichtingen. Het is namelijk inherent aan natuurlijke talen dat die niet zo eenduidig is als formele talen. Dat was nou net de reden om überhaupt een rechter te hebben als instantie, die over die betekenis kon beslissen in individuele gevallen. Maar ja. Wat is de semantische betekenis van een “individueel geval”?

In het geval dat de gewone Nederlandse grammatica wordt gehanteerd bij de “grammaticale interpretatie”, volgt dat semantiek van de juridische dubbele negatie dus volstrekt nihil en dus overbodig is en ook gewoon (en zelfs beter) kan worden weggelaten. Een interpretatie die aansluit bij de semantiek van het Nederlands, kan het zazkisme zich politiek gezien goed in vinden. Een dubbele negatie heeft geen enkele toegevoegde waarde behalve het stichten van verwarring en onleesbaarheid.

Laten we de klassieke logica even postuleren als interpretatiemethode. We strepen alle dubbele negaties weg.

Voorbeeld 4 kan ook worden gelezen als “u kunt in de toekomst beschikken over een gelegaliseerde ongehuwdverklaring…. “.

De reden waarom door duidelijke taal te spreken al gauw blijkt dat sprake moet zijn van een onderliggende temporele logica in plaats van de klassieke logica, is dat hier woorden als “mogelijk” en “waarschijnlijk” nogal wat verschil kunnen uitmaken voor de semantiek van het vonnis.  Een vermoedelijke reden dat het toch veel voorkomt, is dat rechters in hun vonnissen graag zo dicht mogelijk aansluiten bij de tekst van de wet en die zinnen overnemen om vervolgens te zeggen dat er geen sprake van is, zodat dat bij elkaar opgeteld een dubbele ontkenning kan opleveren. Aan de dubbele ontkenning ligt niet noodzakelijk een wettekst ten grondslag.

De duidelijkheid die het vermijden van dubbele negaties met zich meebrengt, helpt dus niet mee aan het draagvlak voor de specifieke casus en ook niet voor de rechtsstaat als geheel. Diplomatie gedijt bij een toon die niet in logica gevangen wordt. Dat draagvlak van de burger voor rechterlijke uitspraken is er dan ook niet meer, alles is dan al eerder politiek beslist en het komt alleen nog voor de vorm, tegen beter weten in bij de rechter. In het bestuursrecht, met name het vreemdelingenrecht, lijkt het ook steeds meer die kant op te gaan. Het vervelende van de `stoel van de wetgever`-argumentatie is namelijk dat die altijd opgeld doet. Voor elke individuele casus is wel een algemene regel te schrijven.

Die poly-interpretabiliteit is zonder meer onwenselijk. In het bijzonder nu meer en meer stappen in het juridische proces via de computer verlopen. Bijvoorbeeld de vergunningverlening in het omgevingsrecht. Ook valt te denken aan boetes van de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Een computerprogramma houdt er logica op na die politiek, juridisch en menselijk behoorlijk onlogisch danwel onwenselijk kan zijn. Vandaar dat ik hier het pleidooi van de Rijdende Rechter voor een speciale FTE voor bijzondere gevallen, van harte zou willen ondersteunen.

Computerprogramma´s sluiten aan bij een klassieke, Aristotelische logica. Ik heb het hier niet uiteengezet, maar die klassieke logica is weliswaar klassiek maar zeker niet foutloos. Er zijn afleidingen in te maken die semantisch ongeldig zijn. Het bekendste voorbeeld is: ik pas in mijn jas, mijn jas past in mijn koffer, dus ik pas in mijn koffer. Zie hiervoor het uiterst grappige en ook betekenisvolle blog van Emanuel Rutten http://gjerutten.blogspot.nl/2014/03/het-schandaal-van-de-klassieke.html Zonder meer bij de klassieke logica aansluiten, zoals voorstanders van de “grammaticale interpretatie” lijken te doen, is als het al mogelijk is, in elk geval niet eenduidig.

Zoals de goed verstaander al begrijpt, zijn semantische vaagheden door wat je in het zazkisme eenduidig “politieke onzekerheid” en “juridische onbepaaldheid” of “moedwillige ingelaste vaagheid” noemt, in de klassieke logica en daarmee de software, niet geldig. Het is óf een aanvraag omgevingsvergunning of géén aanvraag omgevingsvergunning. Die moedwillige vaagheid kan ontstaan als de wetgever bedoeld heeft iets “aan de rechter” wil overlaten terwijl de rechter er nog geen specifieke uitspraken over heeft gedaan of daar geen algemene regel voor wil of kan geven. In feite ben je dan als programmeur medewetgever en rechter. Je kan dat programmatisch gezien oplossen door alles bij de eindgebruiker te leggen. Maar ja dan is het uiteindelijk de aanvrager van de omgevingsvergunning die zowel op de stoel van de rechter als die van de wetgever zit.

Oftewel je moet maar hopen dat de rechter die je treft het met de conclusies van de aanvrager eens is. Zo is het de aanvrager vrij om in het omgevingsloket een aanvullende vergunning voor de Natuurbeschermingswet niet nodig te achten. Dat betekent dat aan de ene kant gemeentes worden overstelpt met vragen als `heb ik voor mijn dakkapel een natuurbeschermingswetvergunning nodig?’ Terwijl aan de andere kant welwillende gemeenten en projectleiders van grote projecten erg makkelijk kunnen vinden die natuurbeschermingswetvergunning helemaal niet nodig te hebben en zo zichzelf een hoop omgevingsloketrompslomp te besparen. Daarvoor hadden we die aanhaakplicht Natuurbeschermingswet natuurlijk niet in de omgevingswet opgenomen.

Over wat de betekenis van een dubbele negatie in een vonnis is, is zo mag ik hier denk ik nu wel concluderen, volstrekt geen helderheid. De vraag is, of het wenselijk is om hier heel eenduidig over te zijn. Aan de ene kant wel, want de vaagheid tussen Nederlands en Jurilands, maar ook tussen software en wettekst leidt tot rechtsonzekerheid. Aan de andere kant ook weer niet, want dan wordt elke komma in de wettekst een politiek probleem, net als het draagvlak voor juristen onder het gewone volk.
Dit is dan een zazkistische semantische interpretatie van Nederlandse vonnissen, waarbij het wat mij betreft aan iedere juridische lezer voor zich is om uit te maken  of dit ook een “grammaticale interpretatie” is. Het vonnis kan “van alles”betekenen. Blijf zo lang mogelijk hangen in de kantine van de hockeyclub om uit te vissen wat de “juridische betekenis” is. Deze interpretatiemethode kan worden teruggevoerd op de late Wittgenstein en is in het Bunde/Erckens arrest nog nota bene erkend. Naarmate meer juristen deze conclusie met mij delen, ben ik van plan om voor mijn tentamens met terugwerkende kracht  de tienen op te eisen die ik daar altijd voor had moeten hebben.

Moeten we nu dan voor de dubbele negatie gebruik maken van de “grammaticale interpretatie”? Sluit die dan meer aan op de klassieke logica, de intuïtionistische logica, de Nederlandse grammatica of de grammatica van de verschillende Nederlandse dialecten al naar gelang de afkomst van de rechter, al dan niet in combinatie met de bedoeling van de wetgever, die dus ook weer mogelijk naar het Nederlands maar mogelijk ook naar de streektaal waarin de wetgever heeft geformuleerd, kan verschillen? Is dit soms versterkend of nog erger voor de verdachte, is dit soms lollig bedoeld?

Het is me op de rechtenopleiding wel opgevallen dat juristen zich daadwerkelijk kunnen verkneukelen om de juridische varianten op de dubbele ontkenning. In sommige uitspraken komt het ook wel poëtisch over. Helemaal uitsluiten doe ik dat laatste dus ook niet.

*geen wet in formele of materiële zin.

nietnimmerniet

×
%d bloggers liken dit: