Mishandelde Mannen

Ik liep over het strand van Blijburg. Langs het strandhuisje ging ik terug, terwijl de zon onder ging. Hartstikke mooi natuurlijk dus ik maakte er veel foto’s van. Uit het strandhuisje kwam een kalige, grote man gelopen. Ik had m al gezien en het prooidier in mij was alert. Hij liep achter me aan. Altijd raar. Een hele brede straat en dan vlak achter me lopen. Hij ging steeds langzamer achter me lopen. Zo, daar word ik nu bang van. Gewoon in hetzelfde tempo blijven lopen, lieve mensen. Ik besloot een paar stappen opzij te nemen en een mooie foto te maken van het parkeerterrein.

DSCF1644De man liep tergend langzaam voorbij… Ik hoor zijn voetstappen niet meer. Hij stond er nog steeds… Hoe kan dat nou? Mijn hart klopt in mijn keel. In een ruk draai ik me weer 180 graden en kijk waar hij uithangt. De uitkomst is verrassend.

In plaats van dat hij vlak achter mij staat, is hij helemaal terug aan het pad gelopen, tegen het huisje aan geplakt. Hij zit op de grond op zijn hurken. en kijkt gespannen voorbij het strandhuisje om het hoekje. Het strandhuisje staat op een heuveltje. Van langs het strandhuisje kijk je op het parkeerterrein, dat 1 verdieping lager ligt. Over de zandhelling kan je naar beneden storten om het parkeerterrein te bereiken.

Vanaf het parkeerterrein komt er ineens een zeer slanke vrouw in een wit jurkje met print, met fel oranjerood haar langs. Ze begint meteen te gillen. “OH Dus dáar zat je. Ben je je voor mij aan het verstóppen?” Ze schreeuwde aan een stuk door, een hele serie verwijten. Ze sprak vol walging. Alsof ze het woord “verstoppen”uitspuugde. Ik zag de man sidderen. Hij kwam het bergje afgelopen. Zij loopt tegen het bergje op. Hij zei niks, en had alleen zijn hoofd wat gebogen. Toen ze elkaar halverwege de helling genaderd waren, duwde de vrouw tegen hem aan en wees met haar vinger naar zijn gezicht. “Gaat ze nu slaan?”, dacht ik.

Ze zag mij en nog een meneer bij het parkeerterrein, die de situatie ook nauwlettend in de gaten hield. Dus hield ze zich in. Ze matigde haar toon ook. “Oh ik weet al wat dit is, dit is om wat ik eerder zei… Jaaaa. Dat is het. Dit is allemaal omdat ik dát gezegd heb. Ik had het nooit moeten zeggen! Ze snauwt: “Kan je nou nooit eens normaal doen? Weet je wat het is met jou! Ik kan bij jou ook nooit over mijn gevoel práten.”Ik weet niet wat ze allemaal nog meer zei, dit was wat ik onthouden heb maar ze bleef aan een stuk door gillen en krijsen en verwijten zeker 10 minuten lang.

Ik dacht steeds van, moet ik schreeuwen. Moet ik er iets van zeggen? Moet ik iets doen? Het is heel lastig om als omstander te bedenken. Dat gaat in een flits van een seconde en niet met je beredeneerde intellectuele zelf. Ze sloeg nog niet. Toen ze begon te duwen tegen de man stond ik nog steeds boven op het heuveltje en ik stond op het punt om te schreeuwen. Als ze had geslagen, dan had ik zeker zoiets van “hey doe eens even normaal”, geschreeuwd. Ze zag me en ging toen niet verder en dat was ook de reden waarom ik onbewust inhield. Is dit incidenteel? Heeft ze te veel gedronken? Het is warm. Iedereen is sneller boos.

Ik was daarnet nog bang van die vent. Het is toch even alsof je een snorkel bent, die net achterna gezeten is door een snorkeleter, die nu achterna gezeten wordt door een snorkeletereter. Na de schreeuwpartij liep de man voor de krijsende vrouw uit weg, gebukt en verslagen, de vrouw liep mee maar schreeuwde niet meer en zei niks. De man zei niets. Hij maakte nog aanstalten om haar een hand te geven maar de vrouw maakte absoluut niet een gebaar alsof ze die hand ooit zou aannemen.

Ik keek ze vanaf het topje van de heuvel na. De meneer op het parkeerterrein die het tafereel ook had gadegeslagen, keek naar mij en zei “je hebt het ook gezien he”. Ik liep naar hem toe om het erover te hebben. “Weet je wat het is, die man voelt zich verantwoordelijk en daarom laat hij dit gebeuren. Je hoeft dat toch van niemand te pikken? ….. Waarom gaat hij niet gewoon weg?” “Jij ziet het, maar hij niet. Ja zo gaat het tussen man en vrouw, he”, zegt de man. “Nou… kom nou. Dat is toch niet normaal? Zo doe ik heus niet, hoor. Dit is gewoon mishandeling. Als een man dat doet bij een vrouw, is het volledig duidelijk. ”

Ik ben helemaal van slag. “Het is precíes hetzelfde”, denk ik beduusd. “Hij gaat niet weg omdat hij zich verantwoordelijk voelt voor haar. Maar dat ís hij niet. Het kan toch ook anders.” “Jah, zegt de man weer. Jij ziet dat. Maar hij niet. Ik zucht. “Weet je wat het is, zeg ik weer. Ze zoeken een vrouw die ze mooi vinden, vooral niet te dik. En dan krijg je er zo een. De medegetuige A. sputtert nog tegen dat ik nu ook weer niet zo lelijk ben, maar ik zeg daar gaat het niet om, het gaat niet om mij . Het gaat erom, die vrouw was ooit heel mooi. Zij zoekt slachtoffers uit. En die mannen trappen daar in, omdat ze geen nee kunnen zeggen.

“Je zal ermee getrouwd zijn zeg”, zuchten we bijna in koor.

We kijken het paar peinzend na. Ik wissel namen uit en neem afscheid van de medegetuige.

DSCF1650

 

×
%d bloggers liken dit: