Werkelijkheden

paardonderstebovenEr is een hardnekkig misverstand onder mensen die te veel boeken over Habermass of Wittgenstein hebben gelezen en te weinig boeken ván Habermass of Wittgenstein.

Mensen, hiermee bedoel ik vooral sociologen, gaan dan denken dat “de werkelijkheid” niet bestaat. Ok, vooruit. Sociologen, hipsters en ambtelijke vrijmetselaars, die het wel handig uitkomt als de waarheid zich aanpast aan datgene wat hun ad hoc het beste uitkomt. Kortom: een baard is mooi, frappucino is het wachten waard en hoogleraren rechtsfilosofie weten alles. Het postulaat is dan als volgt: Dé werkelijkheid bestaat niet want er zijn meerdere “werkelijkheden”.

Dat is semantisch gezien zoiets als zeggen dat deze kop koffie niet bestaat, want er zijn meerdere koppen koffie. Doordat er ook nog een andere kop koffie is, is deze kop -dé kop- koffie voor mijn neus ineens metafysisch opgelost. Bovendien, wie zegt dat het een kop koffie was? Dé kop koffie bestaat niet. Wat jammer want ik had net dorst.

Aan de andere kant is het ook heel rustgevend dat alles waarvan je dacht dat het voor je neus stond, kan verdwijnen. Zonder dat je het weghaalt. Zo hoef je je geen zorgen te maken over beschuldigingen van seksuele intimidatie van je werknemers. Dat is maar hun werkelijkheid. In jouw werkelijkheid had de beschuldiger waanideeën, wellicht veroorzaakt door de vele kopjes niet-bestaande koffie. We hadden een probleem, maar dat probleem is zojuist weguitgelegd. Je bent niet onzeker over de werkelijkheid, je hebt er geen gebrek aan kennis van, er is geen onoverbrugbaar meningsverschil met jou en die domoor. Nee, de werkelijkheid bestaat gewoonweg niet. Iedereen blij.

Bewijzen dat een dingens niet bestaat, ligt altijd lastig. Alle atheïsten hebben dat in elk geval al wel begrepen. Je moet dan alle ruimte afschuimen om te kijken of het er niet stiekem toch is. Bestaat er man op een wolk, die volgens zijn paspoort God heet? Nou ja op wolk 1 heb ik even gekeken maar daar zag ik geen man op een wolk. En op wolk 2?” “Ik zie hem daar ook zo snel niet nee.” “Heb je alle wolken op Saturnus wel bekeken?”

Je kan dan ook altijd wel stellen dat iets niet bestaat. Want het kan niet direct weerlegd worden, dat het toch bestaat, behalve dan door iemand ermee voor het hoofd te slaan. Probeer een mens maar eens met een zwart gat voor het hoofd te slaan. Theoretische natuurkundigen moeten dan toch met andere argumenten komen. Dat iemand voor het hoofd slaan, kan natuurlijk wel gemakkelijk met een keukenmes, maar ook dan is het nog niet zo eenvoudig uit te leggen dat keukenmessen wel degelijk bestaan.

Zo kan je worden tegengeworpen dat wat je vasthoudt geen keukenmes is maar een slagersmes. Dat het alleen een keukenmes zou zijn als je er keukens mee zou hakken. En ja, op die manier blijkt alles in het woordenboek niet te bestaan. Over alles wat bestaat kan je twijfel zaaien of het wel bestaat en over alles wat niet bestaat kan een ander nooit bewijzen dat het niet bestaat. Bestaat de liefde? Bestaan atomen? Bestaat er eigenlijk nog wel iets? Het is een interessante discussie; maar je gaat hem niet aan met degene die in “zijn werkelijkheid” staat te zwaaien met een mogelijk-niet-bestaand keukenmes.

Als we op de “postmoderne” tour gaan, blijven er nog maar weinig dingen die bestaan over. Dat is ook een conclusie waar Descartes op kwam. Hij dacht van een toren dat hij rond was, maar toen hij dichterbij kwam bleek de toren vierkant. Misschien als hij nog dichterbij komt blijkt het eigenlijk een 10.000-hoek. Hoe kun je dan nog zeker weten of de dingen dan bestaan? Wat kan je dan nog zeggen? Wat kan je dan nog denken?

Nou Descartes vertelde ons, dat hij dacht. Dus hij bestond.  “Ik dacht dus ik bestond”. Ik schrijf het maar even in de verleden tijd op, want Descartes is alweer een paar eeuwen dood. “Ik denk dus ik besta!” Maar hij bestaat dus eigenlijk helemaal niet meer. Maar ja nu zegt hij dat ook niet meer… We kunnen hem ook vergeten en dan is het alsof hij nooit heeft bestaan. Ook al heeft hij gedacht.

Descartes draait zich nu om in zijn graf. Zo valt er weinig nuttigs meer te zeggen. Gelukkig zijn er dingen die je altijd kan zeggen. “Doe nu maar niet zo idioot”, bijvoorbeeld. Dat argument werkt altijd. Als iemand aan jou vraagt, “bestaat de liefde?”, dan kan je al-tijd zeggen “doe nu maar niet zo idioot”. Afhankelijk van je status in de hierarchie van de mensen om je heen word je dan ook nog zeer serieus genomen. Terwijl het onbegrijpelijk is, want dit een drogreden is van heb ik jou daar.*

Voor de stelling dat de werkelijkheid niet bestaat omdat er meer werkelijkheden bestaan, geldt hetzelfde als voor de religie van het vliegende spaghettimonster. Dat het waarlijke nonsens is, wil nog niet zeggen dat je het eenvoudig kan weerleggen. Er kan altijd wel weer wat nieuwe, nog niet weerlegde nonsens bij. Het is onzin, maar sommige mensen volharden graag in volslagen onzin. En dan moet je maar net slim en sluw genoeg zijn om te begrijpen dat het onzin is. En volhardend genoeg om het uit te dragen en het hardop te beweren ook. Als je dat niet doet, lopen de mensen daar nog achteraan ook. Voor je het weet, is om de meest onzinnige reden je park vernield.

Kortom, dat de werkelijkheid niet zou bestaan, dat is klinkklare onzin. Maar is daar dan wel bewijs voor? De wedervraag moet zijn: wat voor bewijs had je gewild, dat je zou overtuigen? Ik kan niet alle werkelijkheden langs lopen. En ik kan je ook niet met een werkelijkheid voor je kop slaan. Daarnaast is het onzin omdat het in zichzelf grijpt. Dat is wat lastig zeggen. Het komt erop neer: je doet een uitspraak over de werkelijkheid en daarmee zeg je niet alleen iets over de werkelijkheid maar ook iets over de uitspraak die je doet.

Je kan niet stellen dat er meerdere werkelijkheden zijn, zonder dat je daarmee een uitspraak doet over de werkelijkheid waarin je eigen stelling verkeert. Als je de opvatting loslaat dat er maar een werkelijkheid is, dan laat je ook de opvatting los, dat wat je zelf zegt strookt met die -enige- werkelijkheid. Je uitspraak strookt maar met een van de vele mogelijke werkelijkheden namelijk jouw werkelijkheid. Daarmee is de toehoorder ontslagen van de noodzaak nog naar je te luisteren. Want in de werkelijkheid van de toehoorder hoeft jouw werkelijkheid dat er meerdere werkelijkheden zijn, totaal niet te kloppen. Je zegt misschien wel iets, maar ja dat is jouw werkelijkheid. Of ik me daar wat van aantrek, dat is mijn werkelijkheid waarin er gelukkig maar één werkelijkheid is.

Zo heeft de postmoderne wegredeneerpipo zichzelf vooral weggeredeneerd. Als je uitspreekt werkelijkheden te relativeren, geldt dat ook voor jouw uitspraak. Die uitspraak is ook maar een uitspraak, die niet per se strookt met de werkelijkheid of in elk geval datgene wat ik houd voor werkelijk. Duidelijker dan dit kan ik het echt niet zeggen. Toch ga ik het nog eens proberen maar dan met smurfen.

Lolsmurf: “Pas op brilsmurf, Asraël staat achter je”
Brilsmurf: “Wat jij zegt is wel zo in jouw werkelijkheid, maar in mijn werkelijkheid is dat niet zo. In mijn werkelijkheid… ”
Asraël: “Hap”.

Laten we aannemen dat wat brilsmurf zegt klopt, dat het zo is dat er meerdere werkelijkheden bestaan. De werkelijkheid dat er meerdere werkelijkheden bestaan, is dan ook máár een van de vele mogelijke werkelijkheden. Een zo’n mogelijke werkelijkheid is, dat er maar één werkelijkheid is, bijvoorbeeld die, waarin brilsmurf uit zijn nek kletst. Dat is dan ook voor brilsmurf een mogelijke werkelijkheid; een die brilsmurf bovendien niet kan weerleggen, omdat brilsmurf net heeft gesteld dat er niet maar één werkelijkheid is, maar dat er meerdere werkelijkheden zijn. Brilsmurf is dan zowel gedwongen om te vinden dat er een werkelijkheid is dat er maar 1 werkelijkheid is en dat er een werkelijkheid is waarin er niet maar 1 werkelijkheid is. Als dat zo is, dan is alles waar, ook dat gras blauw is en smurfen groen. EFSQ heet dat, logisch gezien. Uit het ongerijmde volgt alles.

Je kan dit oneindig proberen uit te leggen aan brilsmurf. “Brilsmurf als je gelijk hebt, vind je dat je ongelijk hebt; waarom zouden we je dan serieus nemen?”  Maar ook dan kan brilsmurf nog volharden in zijn onzinnige gedachte dat er meerdere werkelijkheden zijn, waaronder 1: de werkelijkheid dat brilsmurf er volledig naast zit en er maar één werkelijkheid is en 2: alle parallelle universa waarin brilsmurf wel gelijk heeft en bovendien de lucht rood is, en koeien ondersteboven hangen aan de wolken. In onzin kan je namelijk oneindig volharden. Het enige antwoord dat je brilsmurf dan nog kan geven, is een trap onder zijn kont, waardoor hij met zijn hoofd ondersteboven op het gras vliegt. En dat is dan nog lief.

Je kan niet alles relativeren zonder dat je ook dát relativeert. Alles is namelijk alles, dus ook dat wat je zegt. Dus wat je zegt, of dat nu is dat 1 + 1 2 is of dat we allemaal een papieren hoedje op moeten zetten, of dat we alles moeten relativeren, dat moeten we relativeren. Nou dan relativeer je dat je alles moet relativeren en dan relativeer je dus niet alles. Maar je had net al aangenomen dat je wel alles relativeert. Maar je relativeert dus niet alles.

Ok misschien ga je het pas snappen als je het door hebt.

En dan nog niet.

Ik voeg hier nog even aan toe dat hier nog een vervolg blog op komt. Over wat het alternatief is, if any.

*merk op, dat dit precies hetgene is wat ik zit te doen, ten aanzien van alle idioten die denken dat er meer werkelijkheden zijn. Een drogreden van heb ik jou daar. Naar mijn idee is deze drogreden semantisch geldig als de spreker gevaarlijke, totale onzin bezigt. Je moet ze dan slaan, maar dat moet wel met proportie. Want over frappucino kun je natuurlijk geen wereldoorlog beginnen. Hiertoe heb ik een pluchen hamer. Zie: Blog: Het onredelijke alternatief

×
%d bloggers liken dit: